Survivor Burden

Over trauma en de psychologische last van overleven na ramp, oorlog of ziekte

Oorlog
29 januari 2026
Lisanne Belt
Persoon in resten van verwoest huis na aardbeving.
Foto: Ahmed Akacha (Pexels)

De psychische belasting van overleven is nog maar weinig onderzocht. Daar moet verandering in komen, schrijft Lisanne Belt, behandelaar en onderzoeker bij ARQ Centrum’45 en promovenda aan de Universiteit voor Humanistiek.

Op 12 juni 2025 stortte Air India-vlucht AI 171, een Boeing 787-8 Dreamliner, kort na het opstijgen neer in een studentenhostel nabij de luchthaven van Ahmedabad. Het toestel was onderweg naar Londen Gatwick. Bij de ramp kwamen 260 personen om het leven. Slechts één passagier overleefde het ongeluk: de 40-jarige Vishwash Kumar Ramesh. Onder de slachtoffers was zijn broer. 

Het is een indringend beeld: één overlevende te midden van honderden doden. Dezelfde vlucht, hetzelfde moment, ogenschijnlijk dezelfde omstandigheden – waarbij de één overleeft en de ander niet. De ervaring van het overleven van een situatie waarin anderen zijn omgekomen of zijn achtergebleven doet zich in uiteenlopende contexten voor. Denk aan de kankerpatiënt die geneest terwijl anderen op dezelfde afdeling overlijden, de overlevenden van een aardbeving, of de oorlogsvluchteling die veiligheid bereikt terwijl familieleden en lotgenoten achterblijven.  

In de media werd het overleven van Ramesh al snel beschreven als een wonder. Het nieuws verspreidde zich wereldwijd en zijn naam raakte onlosmakelijk verbonden met de ramp. Vanaf dat moment was hij een overlevende; de belichaming van een uitzonderlijk lot. In de publieke verbeelding kreeg zijn bestaan een nieuwe betekenis: dat van iemand die een tweede kans heeft gekregen.  

Deze manier van duiden weerspiegelt de bredere maatschappelijke neiging om overleven te beschouwen als een positieve, betekenisvolle uitkomst. Overleven wordt doorgaans gezien als een overwinning, een groot geluk, of een teken van (veer)kracht. En dat is het in veel opzichten ook. Toch is die positieve betekenis niet voor iedere overlevende vanzelfsprekend. Het eigen overleven blijft immers onlosmakelijk verbonden met de wetenschap dat de ander het niet heeft gered. Deze spanning kan leiden tot aanhoudende gevoelens van schuld, schaamte, vervreemding, plichtsdruk, rouw of morele verwarring.  
 

Overlevingsschuld

Survivor guilt, of overlevingsschuld, werd in de jaren zestig systematisch beschreven en onder de aandacht gebracht door de psychoanalytici William Niederland en Robert Jay Lifton, op basis van hun klinische studies bij respectievelijk overlevenden van de Holocaust en Hiroshima. Zij zagen hardnekkige schuldgevoelens bij overlevenden over het feit dat zij in leven waren gebleven terwijl anderen omkwamen; gevoelens die niet voortkwamen uit daadwerkelijk verwijtbaar handelen, maar uit het morele gewicht van hun eigen voortbestaan.  

Sindsdien is het fenomeen herkend in uiteenlopende groepen overlevenden, waaronder oorlogsveteranen, slachtoffers van rampen, kankerpatiënten, hulpverleners en vluchtelingen. De klassieke uiting van overlevingsschuld luidt: Waarom ik? Of: Wat had ik kunnen doen om het (overlijden van de ander) te voorkomen? Vaak worden beslissingen of toevallige handelingen achteraf beleefd als bepalend voor het eigen overleven of voor het verlies van de ander. 

Hoewel het begrip in zowel klinische als populaire literatuur regelmatig wordt genoemd, blijft het wetenschappelijk beperkt onderzocht. Onderzoek is versnipperd, definities lopen uiteen en meetinstrumenten schieten tekort. Veel studies gebruiken één enkele vraag zoals: ‘Voelt u zich schuldig dat u hebt overleefd terwijl anderen stierven?’ Deze vraag raakt de complexiteit van het fenomeen onvoldoende. Andere studies maken gebruik van brede meetinstrumenten, zoals de Survivor Guilt Subscale van de Interpersonal Guilt Questionnaire, die items bevat als ‘Ik voel me ongemakkelijk als ik succes heb’ of ‘Ik word verdrietig van ongelukkige mensen’. Zulke vragen meten eerder interpersoonlijk ongemak ‘beter af te zijn’ dan een aan schuld gerelateerd overleven. 

‘Patiënten die worstelen met onopgeloste schuld stagneren vaker in behandeling.’

Onderzoek laat zien dat er een verband bestaat tussen overlevingsschuld en verhoogde psychische belasting. Studies tonen een verband aan met ernstige posttraumatische stressklachten, depressieve klachten, middelengebruik en een verhoogd suïciderisico. Gepubliceerde klinische observaties suggereren eveneens dat patiënten die blijven worstelen met onopgeloste schuld vaker stagneren in behandeling of terugval ervaren.   

Zoals vaker gebeurt met klinisch herkenbare maar theoretisch moeilijk te grijpen verschijnselen, is overlevingsschuld na de eerste golf van beschrijvingen in de jaren zestig naar de achtergrond verdwenen. We weten daarmee ook niet goed hoe het te behandelen is. Als behandelaar is overlevingsschuld lastig te plaatsen omdat het niet past binnen bestaande diagnostische kaders. Het is geen posttraumatische stressstoornis, geen depressie en geen moral injury, maar raakt aan aspecten van alle drie.
 

De bredere last van het overleven

Het verschijnsel overlevingsschuld vraagt om verder onderzoek. Daarbij moeten we de beperkingen van de klassieke conceptualisatie overstijgen. In andere woorden: voorbijgaan aan het idee dat de last van het overleven zich slechts vertaalt naar schuld. In de behandelkamer zien we meer dan schuld alleen. De last bestaat uit een bredere emotionele, cognitieve, morele en existentiële lading. De volgende fictieve casussen illustreren hoe de last van het overleven uiteen kan vallen in verschillende vormen, waaronder ‘klassieke’ overlevingsschuld en het plichtsgevoel om een goede overlevende te zijn.
 

Casus 1 – Klassieke overlevingsschuld

Een 42-jarige man overleeft een auto-ongeluk waarbij zijn jongere broer om het leven komt. Zijn broer was getalenteerd, maatschappelijk betrokken en had een gezin. De overlevende heeft zelf geen kinderen, voelt zich minder succesvol en ervaart het verschil in lot als fundamenteel onrechtvaardig. ‘Het had andersom moeten zijn,’ zegt hij. ‘Hij had moeten leven, niet ik’. In gedachten blijft hij herhalen wat hij anders had kunnen doen: had ik maar niet voorgesteld om met de auto te gaan.  

Deze casus raakt aan de klassieke uiting van overlevingsschuld. De man schrijft zijn overleven toe aan zichzelf, alsof het een actieve handeling was. Momenten van plezier roepen schuldgevoel op; een ijsje eten met zijn neefjes of een zonnige dag op het terras voelen als verraad aan zijn broer, die die momenten nooit meer zal meemaken. Zelf verdient hij het eigenlijk niet om te genieten. Wanneer hij in therapie vooruitgang boekt, stopt hij plotseling. Herstel voelt onterecht. Zijn leven lijkt te bestaan uit pogingen om een morele balans te herstellen die door het ongeluk is verstoord. 
 

Casus 2 – Plichtsgevoel om een goede overlevende te zijn

Een 33-jarige vluchteling vindt veiligheid in Nederland. Veel vrienden en kennissen zijn omgekomen en zijn ouders zijn achtergebleven in oorlogsgebied. Hij beschouwt zijn overleven niet als een persoonlijke verdienste, maar als iets dat buiten hemzelf ligt: bepaald door God, toeval of door politieke omstandigheden. ‘Het lot heeft bepaald dat ik het heb overleefd’, zegt hij, ‘en nu moet ik iets met dat leven doen.’  

Hij voelt zich niet schuldig over het feit dat hij heeft overleefd, maar wel verantwoordelijk om zijn voortbestaan te rechtvaardigen. Hij werkt dag en nacht, helpt nieuw aangekomen landgenoten en stuurt een groot deel van zijn inkomen naar familie in zijn land van herkomst. Toch voelt het nooit genoeg. Wanneer hij rust neemt, voelt hij zich schuldig. Hij heeft het gevoel dat hij zijn tweede kans niet voldoende benut en is bang om geen ‘goede overlevende’ te zijn. 

Deze twee casussen laten zien dat de last van het overleven uiteenlopende vormen kan aannemen. Bij casus 1 wordt het overleven intern geattribueerd (‘ik had dit moeten voorkomen/ik verdien dit niet’) en is de oriëntatie vooral op het verleden gericht. De blik blijft steken bij wat is gedaan of nagelaten, met had-ik-maar-gedachten. Dit patroon leidt vaak tot remming: zelfsabotage, moeite om plezier toe te laten, en stagnatie in herstel en levensloop.  

Casus 2 daarentegen berust op externe attributie (‘het is mij gegeven door God, het lot of de omstandigheden’) en is vooral heden- en toekomstgericht: overleven wordt beleefd als morele opdracht om het eigen voortbestaan te rechtvaardigen. Dit kan zich uiten in overmatige inzet en zorg, moeite met rust en grenzen, en schuldgevoel bij pauze of zelfzorg. De casus illustreert dat de last van het overleven dus ook kan bestaan zónder de expliciete schuldcognitie die doorgaans met overlevingsschuld wordt geassocieerd. Daardoor wordt deze groep in zorg en onderzoek gemakkelijk gemist, zeker wanneer de screening zich beperkt tot de vraag: ‘Voel je je schuldig dat jij hebt overleefd en de ander niet?’  

Om die breedte te vangen gebruik ik de term survivor burden, vrij vertaald: de last van het overleven. Deze term verwijst naar het geheel van emotionele, cognitieve, gedragsmatige, morele en existentiële reacties die kunnen voortkomen uit het besef te hebben overleefd terwijl anderen omkwamen of achterbleven. Deze last kan individueel én collectief worden ervaren. Bij overlevenden van oorlog of genocide krijgt overleven bovendien een gemeenschapsdimensie; het leven staat dan voor de voortzetting van iets groters dan het individu. De last van het overleven hoeft overigens niet uitsluitend destructief te zijn en kan ook leiden tot zingeving of groei. 
 

Richting herstel

Klinische handreikingen voor het omgaan met survivor burden ontbreken nog en moeten verder worden ontwikkeld. Een eerste stap in contact met overlevenden is het thema expliciet te maken en samen te verkennen. In de behandelkamer blijven gevoelens van schuld en schaamte vaak onbesproken, bijvoorbeeld door vermijding of een gebrek aan woorden, loyaliteit naar overledenen of achterblijvers, of verlegenheid bij de behandelaar. Daarnaast kan de ervaren last door het eigen overleven ongepast voelen; de omgeving benadrukt immers vooral dankbaarheid (‘je hebt het overleefd, wees blij!’). Behandelaren kunnen helpen door ruimte te creëren voor die ambivalentie en patiënten woorden te geven voor tegenstrijdige gevoelens. Vertekende schuldcognities lenen zich voor cognitieve herstructurering, maar herstel vraagt ook om aandacht voor de morele, existentiële en soms ook collectieve dimensies van wat het betekent om te hebben overleefd.  


Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Impact Magazine, editie 2025-4 Onbesproken. Impact Magazine is een uitgave van ARQ Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld en wordt mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Eventuele standpunten in Impact Magazine zijn niet per definitie standpunten van ARQ als organisatie.