ARQ&A: seksueel geweld en uitbuiting

Expertiseteamleider Linda Verhaak

Situatie seksueel geweld en uitbuiting

Seksueel geweld en uitbuiting kunnen leiden tot complexe en ingrijpende psychotraumatische klachten, zeker bij mensen met een vlucht- of migratieachtergrond. Het expertiseteam SGU van ARQ biedt specialistische traumazorg voor deze doelgroep.

In deze ARQ&A spreken we met SGU-expertiseteamleider, Linda Verhaak, over de wetenschappelijke basis van het werk, de vertaling naar de behandelkamer en de impact op herstel en zelfredzaamheid. Van theorie tot praktijk, en van behandeling tot samenwerking en toekomstvisie.

 

1. Kun je uitleggen wat het expertiseteam SGU precies doet binnen ARQ en hoe draagt die specialisatie bij aan betere behandelresultaten voor mensen met complexe traumaklachten door seksueel geweld en uitbuiting?

SGU is het expertiseteam binnen ARQ dat zich richt op mensen met complexe traumaklachten als gevolg van seksueel geweld en uitbuiting, vaak in combinatie met een migratie- en vluchtgeschiedenis. Die specialisatie is nodig omdat deze trauma’s zelden op zichzelf staan: ze zijn langdurig, relationeel en vaak herhaald.

Bovendien valt seksuele uitbuiting onder specifieke juridische maatregelen, die bijvoorbeeld voor de groep slachtoffers van buiten de EU betekent dat zij tijdens de bedenktijd voor aangifte (B8) recht hebben op medische en psychologische behandeling. Onze expertise ligt in de afstemming binnen een specialistisch netwerk rondom deze groep slachtoffers. 

Door kennis, ervaring en behandeling te bundelen in één team kunnen we beter aansluiten bij de complexiteit van deze problematiek, wat leidt tot zorgvuldiger diagnostiek, meer maatwerk en uiteindelijk betere behandeluitkomsten. 

 

2. Op welke wetenschappelijke inzichten en theoretische modellen baseert SGU haar benadering van traumabehandeling bij slachtoffers met een migratie- of vluchtelingenachtergrond? En welke behandelvormen en therapieën blijken in de klinische praktijk het meest effectief bij vluchtelingen en slachtoffers van seksueel geweld met complexe trauma’s, en waarom?

Onze aanpak is gebaseerd op inzichten uit de psychotraumatologie, gehechtheidstheorie, stress- en neurobiologische modellen en kennis over complexe PTSS. We zien mensen die in ingewikkelde sociaal maatschappelijke omstandigheden verkeren, onzekerheid hebben over verblijfsstatus, armoede, taalbarrière spelen vaak een rol. 

Onze outreachende en stepped care bestaat uit een preventief groepsaanbod in de opvanglocatie van de slachtoffers (CTM, Centrum tegen Mensenhandel). Bij de slachtoffers waar signalen zijn van PTSS-klachten (beoordeeld op grond van een screeningsgesprek en aanwijzingen van de begeleiders van de opvang) wordt zo nodig een intake aangeboden. 

We werken met evidence-based behandelvormen zoals EMDR, Narratieve Exposure Therapie (NET) en traumagerichte cognitieve gedragstherapie, vaak gefaseerd en gecombineerd met stabilisatie, lichaamsgericht werk (psychomotore therapie en sensorimotor therapie) en farmacotherapeutische interventies. 

Effectiviteit zit niet alleen in de methode, maar vooral in timing en afstemming op de (transculturele) context van de patiënt. Daarom hebben we ook groepsgericht aanbod dat gericht is op het herstel van intimiteit, en een door ons zelf ontwikkelde & onderzochte SAFE module die gericht is op het voorkomen van revictimisatie. 

 

3. Met welke complexe klinische casuïstiek wordt SGU in de behandelkamer het meest geconfronteerd, en hoe verschilt dat van wat in theorie beschreven staat?

In de behandelkamer zien we bijna altijd een stapeling van trauma, bij velen al vanaf de vroege kindertijd: fysiek en seksueel geweld, verwaarlozing, armoede, psychiatrie en/ of LVB in de familie, vervolging (om identiteit en/of geaardheid), verlies, ontheemding en voortdurende onzekerheid. Dit leidt vaak tot destructieve coping, waaronder vermijding en wantrouwen, wat de behandelingen soms extra compliceert.

Theoretische modellen zijn helpend, maar de praktijk is weerbarstiger.

Theoretische modellen zijn helpend, maar de praktijk is weerbarstiger. Klachten uiten zich niet altijd volgens het boekje; schaamte, wantrouwen of culturele verklaringsmodellen kunnen het beeld vertroebelen. Dat vraagt om flexibiliteit, moed, echt contact maken, samenwerken als multidisciplinair team, vaak ook met out-reachende teams in de regio van de patiënt, durven ‘out-of-the-box’ te denken en het loslaten van lineaire behandeltrajecten.

 

4. ARQ werkt veel met vluchtelingen van diverse achtergronden. Hoe vertaalt cultuursensitiviteit zich concreet in diagnostiek en behandeling binnen SGU? 

Cultuursensitiviteit betekent voor ons niet ‘weten hoe een cultuur werkt’, maar nieuwsgierig en respectvol aansluiten bij iemands betekenisgeving. Concreet doen we dit door ruim aandacht te besteden aan context, taal, verklaringsmodellen en het inzetten van tolken. In diagnostiek en behandeling houden we rekening met andere manieren van het uiten van klachten en met schaamte- en eergevoelens die een rol kunnen spelen. 

De overlevingsmechanismes die patiënten hebben ontwikkeld in de loop van hun leven om met negatieve emoties om te gaan, worden gezamenlijk in kaart gebracht. Vaak speelt hierbij de invloed van de culturele omgeving en genderrollen een grote rol. Deze coping mechanismes hebben een grote invloed op zowel de diagnostiek als behandeling.

 

5. ARQ staat bekend om voortdurende innovatie en wetenschappelijk onderzoek. Hoe zorgt jouw team ervoor dat theorie direct doorsijpelt naar dagelijkse behandelpraktijk?

Binnen ons team werkt een senior onderzoekster (Rina Ghafoerkhan) die zowel bij het onderzoek als bij de behandeling van onze doelgroep betrokken is. We werken daarnaast nauw samen met onderzoeksteams binnen ARQ en evalueren continu onze behandelingen. Nieuwe inzichten worden besproken in teamoverleggen, intervisie en scholing.

Tegelijkertijd brengen behandelaren praktijkvragen terug naar onderzoek. Deze wisselwerking zorgt ervoor dat wetenschap geen abstract begrip blijft, maar direct invloed heeft op wat we dagelijks doen. Zo gaan we de komende tijd meer inzoomen op de kortdurende behandeling van slachtoffers van mensenhandel in de paar maanden dat ze in de opvang zitten. 

We zijn door de juridische context soms maar kort betrokken bij deze patiënten en willen enerzijds het principe van ‘do no harm’ altijd respecteren, maar ook de ‘window of opportunity’ die de 2-3 maanden in de opvang ons biedt, zo goed mogelijk gebruiken om de patiënten minder klachten te laten ervaren. 

 

6. Kun je een concreet voorbeeld geven van een casus (anoniem en respectvol uiteraard) waarin de behandeling een duidelijke impact heeft gehad op iemands hersteltraject, en wat maakte het verschil?

Ik denk aan een patiënte die na een armoedige jeugd van verwaarlozing en mishandeling, via een loverboy in de gedwongen prostitutie is beland. Zij is zwanger geworden en heeft een kind gekregen uit de misbruiksituatie. Toen zij bij ons werd aangemeld, had ze veel last van angsten, vermijdingsgedrag, nachtmerries en herbelevingen. Daarnaast durfde ze bijna niemand te vertrouwen en leefde daardoor behoorlijk geïsoleerd. Haar grootste wens was een goede moeder te kunnen zijn voor haar kind. 

Door een gefaseerde aanpak, waaronder om te beginnen de traumaverwerking middels EMDR die leidde tot klachtreductie, kon er ruimte ontstaan voor meer uitgebreid herstel. Patiënte heeft zowel de SAFE module doorlopen als de module Herstel van Intimiteit, en is nu beter in staat relaties aan te gaan en stappen te zetten richting werk en opleiding. 

Haar zelfvertrouwen is gegroeid, wat haar helpt in het opvoeden van haar kind.

Haar zelfvertrouwen is gegroeid, wat haar helpt in het opvoeden van haar kind. Het voelen van haar eigen grenzen en deze aangeven aan een ander blijft een uitdaging voor haar, maar stap voor stap komt ze hiermee verder door uitdagingen niet meer uit de weg te gaan, en te blijven oefenen met het doorbreken van haar vermijding.

 

7. Welke rol speelt samenwerking met andere zorgorganisaties en maatschappelijke partners (bijv. asielopvang, huisartsenzorg, forensische experts) in SGU’s aanpak? 

Samenwerking is cruciaal. We werken intensief samen met op de eerste plaats het CTM (de opvanglocatie), CSG (Centrum Seksueel Geweld), huisartsen, GZA ’s, collega GGZ-instellingen, maatschappelijke organisaties en soms ook juridische partners.  Voor aanvang van traumabehandeling is het belangrijk zoveel mogelijk randvoorwaarden zoals veiligheid, huisvesting en medische zorg goed te regelen. We gaan daar echter niet op wachten, omdat het soms vele jaren kan duren voordat iemand veiligheid en zekerheid krijgt over zijn/ haar verblijfsstatus en huisvesting en inkomen. In nauwe samenwerking met de verblijfplek van patiënten, starten we zodra dat kan de traumabehandeling op. 

 

8. Hoe helpen jullie patiënten om zelfredzaamheid en kwaliteit van leven te herstellen — ook buiten de therapiekamer — gezien de vaak voortdurende onzekerheid rond verblijf, juridische status of sociaal netwerk?

Herstel gaat veel verder dan symptoomreductie. In ons geval betreft het altijd patiënten die seksueel geweld hebben meegemaakt. Na afloop van de traumagerichte behandeling blijven vaak klachten op het gebied van intimiteit bestaan en zien we ook vaak dat het aangeven van grenzen moeite kost. We bieden onze patiënten de module Herstel van Intimiteit en de module SAFE aan om hen ook op dit vlak te helpen herstellen.

Daarnaast ondersteunen we patiënten bij het hervinden van regie over hun eigen leven, bijvoorbeeld door aandacht te besteden aan dagstructuur, sociale verbinding en praktische vaardigheden. We bespreken expliciet hoe iemand gezonde coping kan inzetten buiten de therapiekamer, juist wanneer onzekerheid blijft bestaan. 

 

9. Hoe kijkt SGU naar preventie van traumatische gevolgen van seksueel en gendergerelateerd geweld bij vluchtelingen en migranten op gemeenschaps- of systeemniveau (niet alleen individuele therapie)? 

Preventie vraagt om een bredere blik dan individuele behandeling. In de opvang van de slachtoffers van mensenhandel besteden we tijd aan de preventiegroep, waar de slachtoffers aan deelnemen ten tijde van hun verblijf in CTM. Deze groep gaat over psycho-educatie en uitleg over en normalisatie van PTSS-klachten, emotie en stress- regulatie vaardigheden en slaapadviezen. Voor sommigen geeft dit aanbod voldoende handvatten om zonder verdere traumazorg hun leven vorm te geven. Wanneer uit een screeningsgesprek met onze collega blijkt dat er indicaties zijn voor klachten die passen bij PTSS, wordt de persoon aangemeld voor intake bij het SGU-team, die binnen korte tijd wordt ingepland.

 

10. Wat zie jij als de belangrijkste ontwikkeling of innovatie voor traumazorg voor vluchtelingen en slachtoffers van seksueel geweld in de komende 5–10 jaar?

De komende jaren zie ik vooral winst in meer geïntegreerde zorg: trauma en verslavingszorg als geïntegreerde trajecten, LVB en trauma, systeemopvang en traumazorg. Daarnaast is het belangrijk dat we een bredere kijk krijgen op de impact van traumata, en niet alleen naar klachten die passen bij een PTSS-diagnose.

Voor velen houdt de behandeling niet op nadat de nachtmerries of intrusies zijn verminderd.

Voor velen houdt de behandeling niet op nadat de nachtmerries of intrusies zijn verminderd. Het herstel en de verwerking gaat ook over hoe je weer een (intieme of vriendschappelijke) relatie aan kan gaan, hoe je je kind kan knuffelen, hoe je weer vertrouwen kan krijgen in je eigen lichaam en in de wereld om je heen.

Meer weten over ons behandelaanbod?

ARQ biedt diagnostiek en hoogspecialistische behandeling voor mensen met complexe psychotraumaklachten. Op de pagina 'Behandelaanbod' vindt u meer informatie over onze expertise en ons behandelaanbod.