'We kunnen nu niet stoppen – mentale weerbaarheid hoort er gewoon bij.'
In gesprek met de Veiligheidsregio Haaglanden over hun Dag van de Mentale Fitheid.
Veiligheidsregio Haaglanden organiseerde het afgelopen jaar, in samenwerking met ARQ IVP, voor alle manschappen de Dag van de Mentale Fitheid. Hoofd Operatiën Bas de Leeuw en Programmaleider vakbekwaam blijven Marijke Halman vertellen samen met onze trainer/adviseur Pita Mol over deze dag en het belang van mentale weerbaarheid.
Marijke: Er zijn bij ons jaarlijks trainingsdagen voor alle brandweermensen. We zijn met kazernes in gesprek gegaan over het thema voor deze trainingsdag. Het was voor mensen wel moeilijk om de behoefte te omschrijven, maar we kwamen toch telkens uit op het mentale stuk van het vak.
Bas: En ook vanuit de leiding waren we al met dit thema bezig, dat kwam mooi samen. We deden nog niet zoveel met mentale weerbaarheid, terwijl we toch zagen dat mensen uitvielen hierop. Dus de noodzaak van het onderwerp was wel duidelijk.
Marijke: We wilden een goed programma – niet te zweverig, want anders haken onze mensen af. Dat is niet iets waar we zelf de juiste kennis over hadden, en zo kwamen we bij ARQ IVP terecht.
Hoe zag de dag eruit?
Bas: De Dag van de Mentale Fitheid ontstond als aanvulling op de fysieke fitheid. Mensen sporten elke dienst, maar mentale fitheid hoort daar ook bij. Het past heel goed bij de doelgroep daardoor.
Pita: De dag werd gegeven aan de ploegen. We startten met een gesprek: wat maken jullie mee en welke impact heeft dat? En dat was heel mooi om van elkaar een keer te horen. Daar hebben wij psycho-educatie aan toegevoegd, over de verwerking van ingrijpende gebeurtenissen. Wat is een normale reactie en wanneer moet je je zorgen maken? ’s Middags zijn we nog wat meer de diepte in gegaan op het gebied van emotionele verwerking en tips voor in de praktijk.
Bas: Deelnemers reageerden heel enthousiast op de dag. Ik heb helemaal geen negativiteit gehoord, daar was ik van tevoren wel een beetje bang voor. Mensen vonden het goed om mee bezig te zijn, en het smaakte naar meer. Mensen hebben echt handvatten meegekregen om met het werk om te gaan. Dus jullie zijn er goed in geslaagd om dat neer te zetten voor deze doelgroep.
Marijke: Van tevoren kreeg ik wel de vraag: daar kan je toch niet een hele dag mee vullen? Maar dat kan dus wel.
Wat maakt bepaalde incidenten ingrijpender dan andere?
Pita: Tijdens de training gaven mensen aan dat na verloop van tijd niet alle incidenten meer zo erg raken als in het begin. Het maakt wel uit hoe je in je vel zit: als er privé van alles speelt, dan kun je wat minder hebben. En natuurlijk blijven er situaties die heel aangrijpend zijn. Dat verschilt per persoon. We hoorden vaak dat mensen geraakt werden doordat er een associatie was met het privéleven. Bijvoorbeeld als een medewerker een kind van dezelfde leeftijd heeft als in het incident.
Bas: Kinderen zijn sowieso vaak een trigger, zeker als iemand zelf kinderen heeft.
Pita: Of dat niet zozeer het incident heftig was, maar de emoties van de mensen eromheen.
Bas: Ja, bijvoorbeeld als we patiënten een huis uit moeten takelen. Dan kan het zijn dat een partner helemaal overstuur is. Maar het hoeft niet altijd over slachtoffers te gaan. Het kan ook een bepaalde heftigheid zijn, of abnormaliteit. Bij de brandweer houden we wel van onvoorspelbaarheid, van alles laten vallen en gaan. Maar sommige incidenten zijn wel heel abnormaal, zoals de vonkenregen in Scheveningen of de Eritrese rellen in den Haag.
Wat helpt de medewerkers van de Veiligheidsregio daarmee om te gaan?
Bas: Na een heftige inzet praten we even na met elkaar. Dat is heel feitelijk: wat is er gebeurd en wat hebben we gedaan? Dat zorgt ervoor dat iedereen hetzelfde beeld heeft van de gebeurtenissen. Het kan al enorm helpen als mensen het plaatje compleet hebben. Dat is in eerste instantie nog los van de emoties. Maar ook daarover kan gesproken worden.
Een voorbeeld daarvan was na de vuurstapels op Scheveningen. Dat was een heel heftig incident waarin we werden overvallen door een vonkenregen. We hebben samen gegeten en iedereen moest zijn verhaal kwijt. De centralist van de hoofdmeldkamer was daar ook bij. Ik heb hem toen gekoppeld aan de bevelvoerder. Die kenden elkaar niet, maar hadden elkaar tijdens de inzet heel intensief over de radio gehoord. Dat was bijna tranen. Dat is voor mij echt het belang van een nagesprek.
Pita: En hoe verloopt het dan in de periode erna?
Bas: Dat ligt wel bij de ploegen: dus de ploegchef die ernaar vraagt of mensen kunnen zelf aangeven dat ze nog ergens mee zitten. Daar mogen we misschien nog wel scherper in worden, want we gaan ook wel weer gauw over naar de orde van de dag.
We maken goede stappen op dit gebied. Twintig, dertig jaar geleden werd er veel minder met elkaar gesproken. We komen echt uit een stevige mannencultuur waarbij dat niet gebeurde. Dat is echt niet meer zo.
Pita: Ontspanning vinden is ook heel belangrijk. Brandweermensen moeten bij een melding in de actiemodus, er is dan geen tijd voor emoties. Op een later moment is het belangrijk om dan de switch te kunnen maken naar ontspanning.
Daarvoor gebruikten we op de trainingsdag de metafoor van een ballon. Als er iets ingrijpends gebeurt, kunnen daar emoties bij loskomen. Die gaan in een ballon. Die kun je even dichthouden, bijvoorbeeld als je bij een melding in actie moet komen. Maar op een moment moet die ballon weer open, zodat je de emoties kunt verwerken. Als je dat niet doet, blijven de emoties onverwerkt en dat geeft klachten.
Dat gaf veel begrip bij mensen: zo werkt het dus onbewust en dat is bijvoorbeeld waarom iemand na lange tijd toch ‘opeens’ kan uitvallen. Het is belangrijk om met elkaar het gesprek te voeren, niet alleen rationeel, maar ook over hoe het nu met je gaat.
Wat zou je organisaties adviseren die met dit thema aan de slag willen?
Bas: Maak een goed plan en ontken niet dat dit gewoon nodig is. Iedere organisatie zou de plicht moeten hebben om in ieder geval iets met mentale weerbaarheid te doen. Ik ben blij dat we deze stap gemaakt hebben. Dat betekent niet dat we nu kunnen stoppen – het hoort er gewoon bij.
Pita: Het is belangrijk dat op alle lagen van de organisatie iets gebeurt met dit thema. Mensen zijn zelf verantwoordelijk om eerlijk te zijn als het niet goed gaat. Collega’s hebben de verantwoordelijkheid om op elkaar te letten. Maar de organisatie heeft natuurlijk de verantwoordelijkheid om dat te faciliteren, bijvoorbeeld door te zorgen dat TCO’ers en leidinggevenden goed opgeleid zijn om de juiste zorg te bieden.
Marijke: We willen met het onderwerp bezig blijven, het levendig houden in de dagelijkse praktijk. Die borging is belangrijk. Dat begint al bij hoe je iemand aanneemt, en gaat door tot het einde van de carrière.