Als een mens geen mens meer is

Over de erfenis van de slavernij en (het doorbreken van) intergenerationeel trauma in de Afro-diaspora

Overig
26 juni 2026
Kimmy Mac Donald
Nationaal Slavernijmonument in het Oosterpark (Amsterdam) - Foto: Erwin de Vries (Wikimedia Commons)

Programmamaker en dekoloniaal onderzoeker Kimmy Mac Donald dook in de doorwerking van het slavernijverleden op nakomelingen van de Afrikaanse diaspora uit Suriname en de Cariben. Toen zij naar Nederland migreerden belandden ze in een samenleving die hen marginaliseerde, hun verleden ontkende en hun trauma reduceerde tot spiritueel gewauwel. ‘Als je je leven lang vecht voor een plek in de buitenwereld, is er geen ruimte om naar binnen te kijken.’

Wat gebeurt er met een mens als het geen mens meer is? Als je ontvoerd wordt uit je thuisland; als vee wordt verscheept, opgepropt in de kelder van een schip, omringd door menselijke afscheiding en opgestapelde lijken; wordt mishandeld, verkracht en gedwongen om ondraaglijk werk te verrichten; als je kinderen worden afgenomen, verkocht, vermoord; als je structureel wordt verteld dat jouw rechten niet bestaan. Met de afschaffing van de slavernij werd elk mens vrij. Maar wat als jij vierhonderd jaar geen mens bent geweest? 

Tien generaties lang werden mensen van het Afrikaanse continent uitgebuit, geketend en behandeld als iets bungelend onderaan de voedselketen. Een dier, een ding, in ieder geval geen mens. Dat ontnemen van menselijkheid diende een doel. Het was een voorwaarde, nodig om het verhandelen en verminken van Afrikanen goed te kunnen praten. 

Het lijkt mij niet meer dan logisch dat generaties aan structurele ontmenselijking psychologisch letsel bij slachtoffers en nakomelingen heeft opgeleverd. Toch denken veel mensen bij de term intergenerationeel trauma uitsluitend aan de Holocaust. Dichtbij genoeg, met overlevenden nog onder ons. Maar wat als jouw voorouderlijk trauma verder in het verleden ligt? Misschien wel zes generaties terug. 

'Zwijgen is onderdeel geworden van de Surinaamse en Caribische cultuur'

Het Nederlandse slavernijverleden 

Het Nederlandse aandeel in de trans-Atlantische slavernij heeft geresulteerd in een aantal ex-kolonies waar ontwortelde Afrikanen een nieuw bestaan hebben opgebouwd. We hebben het over Suriname en de Caribische eilanden voorheen bekend als de Nederlandse Antillen: Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius. Zowel in Suriname als op de eilanden bevindt zich nu een breed scala aan bevolkingsgroepen; een mix van Inheemse mensen, mensen uit de Afrikaanse diaspora, maar ook uit Indonesië, India, China, Venezuela, de Dominicaanse Republiek en meer. Het onderzoek dat ik in 2024 uitvoerde, als afstudeerproject voor de Master International Development Studies aan de Universiteit van Amsterdam, richtte zich op de Afro-Surinaamse en Afro-Caribische diaspora, en de doorwerking van het slavernijverleden in deze gemeenschappen. Ik voerde 25 gesprekken, waaronder 17 diepte-interviews. Mijn focus lag bij mensen die in Nederland wonen of hebben gewoond, om de frictie te onderzoeken die komt kijken bij leven in het land van de onderdrukker. 

De keuze voor dit onderwerp heeft alles te maken met mijn eigen achtergrond. Als gemixt persoon met wortels in Suriname, Curaçao, Indonesië én Nederland ben ik een kind van het kolonialisme. En hoewel de vragen over mijn etnisch ambigue uiterlijk me al zo lang ik me kan herinneren om de oren vliegen, startte ik zelf pas enkele jaren terug met het stellen van vragen. Waarom praat mijn familie niet over de slavernij? Waarom is glad haar goed? En wie ben ik om te schrijven over een trauma waar ik, als hoogopgeleid strontverwend lichtgekleurd diaspora-lid, nauwelijks mee te maken lijk te hebben? Toch ben ik begonnen. Want wat als die verhalen, stilletjes rondzwevend en jarenlang verzwegen, verdwijnen met de mensen die te bang waren om ze te delen? Dat wil ik niet op mijn geweten. 

Een getraumatiseerd geheugen met gaten 

Mijn doel was een duik in het collectief geheugen van de Afro-Surinaamse en Afro-Caribische diaspora. Wanneer je het collectief geheugen van een meermaals ontwortelde groep onderzoekt, is het eerste wat je tegenkomt: gaten. Na elke oversteek, elke verplaatsing ontstaan er gaten in het geheugen, omdat stambomen niet gedocumenteerd werden, omdat er geen geld was voor fotoarchieven, omdat meer en meer bezittingen verloren gingen. En niet onbelangrijk: omdat men zweeg. Zwijgen over traumatische ervaringen is een veelvoorkomend copingmechanisme. Wanneer ik vraag naar de reden achter het zwijgen, reageren vrijwel alle geïnterviewden: zolang er niet over gepraat wordt, bestaat het niet. Dat zwijgen is onderdeel geworden van de Surinaamse en Caribische cultuur; een cultuur vol taboes, zonder vermelding van de pijn, het lijden en de vernedering die haar geschiedenis omlijnen. 

Echter, als trauma niet wordt erkend, wordt de pijn doorgegeven. De pijn van de voorouders: van de moeder die geslagen werd omdat haar ouders bekend waren met slechts één manier van autoriteitsvertoon; van de tante die trouwde met een witte man om haar kleur (lees: status) te verhogen; van de opa die uit woede en uit wrok weigerde met zijn kleinkinderen te spreken in de enige taal die zij verstonden, het Nederlands. 

Deze voorbeelden illustreren drie verschillende dimensies waarin intergenerationeel trauma zich manifesteert: familiedynamiek, zelfbeeld, en taal. Om te begrijpen hoe trauma wordt overgedragen, beginnen we op het plaats delict: het gezin. 

De meester-slaafverhouding 

Intergenerationeel trauma is een fenomeen dat wordt beschreven als de transgenerationele impact van grote historische onrechtvaardigheden, waarbij de schadelijke gevolgen zichtbaar zijn bij de kinderen en kleinkinderen van de getroffenen (Doornbos & Dragojlovic, 2022). Dat proces begint vaak in de meest intieme sfeer: de opvoeding. Hier zien we hoe de historische meester-slaafverhouding onbewust wordt gekopieerd naar het gezinsleven. Dat wordt bijvoorbeeld zichtbaar in het gebruik van fysiek (en verbaal) geweld om kinderen te disciplineren. Een corrigerende tik, zoals dat in mijn familie genoemd werd. Veel geïnterviewden wezen naar het koloniale systeem als fundament van deze opvoedstijl. Tegenspreken deed je niet, als slaaf. Het kon je de kop kosten. Het weerwoordloos gehoorzamen van gezaghebbenden is daarmee diep verankerd in de cultuur. De Nederlanders zijn vertrokken, maar de hiërarchie en de geëiste nederigheid zijn gebleven. En de slachtoffers van het trauma worden daarmee, onbewust, de nieuwe daders. 

 ‘Hij die ontmenselijkt, ontmenselijkt ook zichzelf’ 

Geïnternaliseerde inferioriteit 

Wanneer je leeft in een systeem dat mensen die op jou lijken structureel benadeelt, gebeurt het internaliseren van racistisch gedachtegoed bijna vanzelf. Je voelt je inferieur, minder waard. Dit minderwaardigheidscomplex keert zich vervolgens naar buiten: zwart is slecht, en hoe donkerder, hoe erger. Dit hiërarchische denken op basis van huidskleur, colorism, is diep geworteld in ons collectieve onbewuste (Walsh, 2022). Sommige geïnterviewden beschreven het zelfs als een self-fulfilling prophecy: je wordt als dom behandeld, dus ga je je dom gedragen. Het is een destructief systeem dat onderhuids voortleeft. Denk bijvoorbeeld aan de Surinaamse term 'krin bere' (schone buik), die wordt gebruikt wanneer een kind met een lichtere huidskleur ter wereld komt. Dit soort uitingen van witsuprematistisch denken zijn symptomen van geïnternaliseerde inferioriteit binnen de Afro-diaspora. Zoals beschreven door Frantz Fanon (1967), bekijkt de nakomeling van de tot slaaf gemaakte zichzelf door de ogen van de onderdrukker. Dit leidt tot een verwrongen zelfbeeld: ‘Ik ben zwart, ik ben schuldig, ik weet niet aan wat, maar ik weet dat ik niet deug’ (p. 139). 

Taal als wapen 

Onder het koloniale bewind werd ook taal ingezet als instrument van onderdrukking. Tot slaaf gemaakten uit het Afrikaanse continent werden bewust in groepen met uiteenlopende moedertalen geplaatst om communicatie, gemeenschapsvorming en daarmee opstand te verhinderen. Het Sranantongo en het Papiamentu, ondanks deze pogingen uitgegroeid tot nationale talen, werden verboden. Ook na de afschaffing van de slavernij bleef de enige taal die gesproken mocht worden, op scholen, op straat, overal waar het te horen was, het Nederlands. Dit verbod creëerde een taalhiërarchie. Een linguïstische onderdrukking die generaties lang heeft bijgedragen aan een gevoel van minderwaardigheid en het monddood maken van de eigen cultuur. 

Het eerdergenoemde voorbeeld van de opa die weigerde Nederlands te spreken, raakt ook aan dit thema. Ik sprak met de 33-jarige Mila Baker (pseudoniem) over haar grootvader, die tot aan zijn dood structureel weigerde Nederlands te spreken. Het was een stil protest, zelfs tegenover zijn kleinkinderen, die inmiddels volledig Nederlandstalig werden opgevoed en het Papiamentu niet machtig waren. Hierin onthult zich een pijnlijke paradox: terwijl de Nederlandse taal, gebruiken en huidskleur worden nagestreefd als hoogst haalbare, heerst in de diaspora tegelijkertijd een bittere verafschuwing tegenover de onderdrukker. Het illustreert de constante strijd tussen de noodzaak om te assimileren en een diepgewortelde woede tegen alles wat drukt op de blauwe plekken achtergelaten door de kolonisator. 

Het trauma van de dader 

Op 25 maart 2026 werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de trans-Atlantische slavenhandel officieel erkend als de grootste misdaad tegen de menselijkheid die de wereld ooit gekend heeft. Als koloniale grootmacht met bezittingen aan beide kanten van de Atlantische Oceaan, speelde Nederland een centrale rol in die slavenhandel. Het is een deel van de nationale identiteit die tot enkele jaren geleden stelselmatig onderbelicht bleef. Het wrede karakter van de slavenhandel vormde een schril contrast met het Nederlandse zelfbeeld van tolerantie en morele zuiverheid.  

Waar Gloria Wekker spreekt van witte onschuld en Frantz Fanon cognitieve dissonantie hanteert, wijzen beiden op een onderliggende identiteitscrisis bij de voormalige kolonisator, op zowel collectief als individueel niveau. Wanneer je plotseling verantwoordelijk wordt gehouden voor de misdaden van je voorouders, terwijl jij hen nooit eerder als daders zag, ontstaat er een barst in je zelfbeeld. Deze interne strijd werd gekatalyseerd door toenemende postkoloniale migratie naar Nederland. Met de komst van migranten uit de ex-kolonies, kwam de Nederlander namelijk oog in oog te staan met de ‘onderdanen’ die zij eeuwenlang uit zicht wisten te houden. Een directe confrontatie met de mens aan de andere kant van de misdaad.  

Witte Nederlanders reageren vaak defensief wanneer het gaat over racisme. Zij trachten hun aandeel in de (doorwerking van de) slavernijgeschiedenis te ontkennen. Veel geïnterviewden identificeren deze reactie als een traumareactie. In dit geval: het trauma van de dader, want ‘als ik beschadigd ben door de mensonterende daden van jouw voorouders, dan ben jij dat ook’, aldus Cecilia (pseudoniem). In weer een ander gesprek wordt psychiater Glenn Helberg geciteerd: ‘Hij die ontmenselijkt, ontmenselijkt ook zichzelf.’ Echter, niet iedereen kan zich vinden in deze terminologie. Sommigen beweren ‘vergiftigd’ een passendere term te vinden dan ‘getraumatiseerd’. 

Hoe de Nederlander ook besluit om te gaan met deze identiteitscrisis, voor de Afro-diaspora is de tijd van lijdzaamheid voorbij. Een verleden vol onderdrukking heeft immers niet alleen geleid tot pijn en verdriet, maar ook tot een onstuitbare emancipatiebeweging, met de boodschap: we are here because you were there, and we are here to stay. 

De generatie van nu: herstel 

Een opvallende ontwikkeling in de Afro-diaspora is de kracht waarmee de huidige generatie haar positie opeist. Een nieuw soort strijdbaarheid. Hoewel verzet tegen het koloniale regime en de racistische ideologie al eeuwen plaatsvindt, ook tijdens de slavernij, werd openlijke opstand lange tijd beantwoord met levensbedreigende straffen. Deze historische noodzaak tot voorzichtigheid heeft een diepgeworteld overlevingsmechanisme gecreëerd dat generaties standhield. Bovendien hadden zwarte gezinnen hun handen vol aan het bouwen van een leven in achtergestelde postkoloniale economieën. En zij die naar Nederland migreerden, belandden in een samenleving die hen discrimineerde en hun trauma bagatelliseerde. Als je je leven lang vecht voor een plek in de buitenwereld, is er geen ruimte om naar binnen te kijken. 

De nieuwe generatie heeft die ruimte wel. Zij voelen de mentale en financiële vrijheid om zich op te winden over de onderdrukking die hun familiegeschiedenis heeft getekend. Ook maatschappijbreed hebben veranderingen plaatsgevonden die het voor hen makkelijker maken om zich uit te spreken. Waar hun voorouders gedwongen waren tot waakzaamheid, zijn er voor de jongere generaties minder risico’s verbonden aan het vechten voor rechtvaardigheid. Gesterkt door een groeiend aantal bondgenoten, fysiek en online, voelen zij minder schroom om hun onvrede te uiten. 

Echter, om werkelijk te helen van honderden jaren onrecht, is er meer nodig dan het organiseren van protesten en het opeisen van herstelbetalingen. Gelukkig is activisme niet het enige waar de nieuwe generatie in uitblinkt. Dit is de generatie die begint te praten, begint vragen te stellen, verhalen te documenteren. De hardnekkige taboes rondom de slavernij beginnen langzaam hun greep te verliezen. Al schoppend worstelen we ons uit de vergiftigde greep van het koloniale denken. En dat vereist moed. Een heel ander soort moed dan die nodig is om de barricades op te gaan. Het vergt zachtheid, een kwetsbaar moment, met oma, met papa, aan tafel misschien, of op de bank. Het is het afbreken van de muur die zij zo zorgvuldig, jarenlang, steen voor steen hebben opgebouwd. Zo transformeren we de donkere bladzijden uit ons verleden tot een hoofdstuk waaruit we leren. Makkelijk of pijnloos is het niet, nooit geweest ook. Maar wel: een cruciale stap richting waardig herstel. 

 

Programmamaker en dekoloniaal onderzoeker Kimmy Mac Donald studeerde in 2024 af in de Master International Development Studies aan de Universiteit van Amsterdam, en onderzocht daarvoor de doorwerking van het slavernijverleden op de Afro-Surinaamse en Afro-Caribische diaspora. 

Literatuur 

Doornbos, J., & Dragojlovic, A. (2022). ‘The past should not affect the children’: Intergenerational hauntings in the homes of Indo-European families. Gender, Place & Culture, 29(8), 1141–1161. https://doi.org/10.1080/0966369X.2021.1950644 

Walsh, E. (2022). Memory, Colonialism, and Psychiatry How Collective Memories Underwrite Madness. Philosophy, Psychiatry, & Psychology, 29(4), 223–239. https://doi.org/10.1353/ppp.2022.0040 

Fanon, F. (1986). Black Skin, White Masks (C. L. Markmann, Trans.). Pluto Press. https://monoskop.org/images/a/a5/FanonFrantzBlackSkinWhiteMasks1986.pdf 


Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Impact Magazine, editie 2026-2 Onvoltooid verleden tijd. Impact Magazine is een uitgave van ARQ Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld en wordt mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Eventuele standpunten in Impact Magazine zijn niet per definitie standpunten van ARQ als organisatie.