‘Het ene conflict haalt het vorige al snel in’
Een interview met NIOD-onderzoeker Thijs Bouwknegt over onze aandacht voor de burgeroorlog in Soedan
Sinds april 2003 woedt er een burgeroorlog in Soedan die wordt uitgevochten tussen het regeringsleger (SAF) en rebellen van de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). Het is allang geen intern conflict meer. Buurlanden en de Golfstaten voeren in Soedan een geopolitiek schaakspel, waarin het gaat om strategische belangen zoals zeggenschap over de Nijl, watervoorziening en goudsmokkel. Het Soedanese regeringsleger wordt gesteund door Egypte en Saoedi-Arabië, de RSF-rebellen worden van wapens voorzien door de Verenigde Arabische Emiraten (VAE).
‘Soedan ligt ver weg, zowel geografisch als cultureel.’
De verwoestende machtsstrijd heeft geleid tot een reusachtige humanitaire crisis. Ruim acht miljoen Soedanezen zijn op de vlucht en lijden honger. Er is stelselmatig en wijdverbreid geweld, waaronder massamoorden, plunderingen, seksueel geweld en aanvallen op burgers en hulpverlening. De crisis wordt verergerd door armoede, klimaatverandering en de ontoereikende toegang tot basisvoorzieningen zoals voedsel, water en medische zorg. Eind oktober werd de stad Al Fashar in de westelijke regio Darfur na twee jaar omsingeling en uithongering door de RSF-milities ingenomen. Honderden burgers zijn geëxecuteerd, grootschalige etnische zuivering dreigt van de niet-Arabische bevolkingsgroepen. Tienduizenden inwoners vluchtten naar het nabijgelegen Tawila waar al 650.000 ontheemden in overvolle provisorische kampen verblijven en een cholera-epidemie woedt.
Thijs Bouwknegt is onderzoeker bij het NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust-, en Genocidestudies. Zijn onderzoek richt zich op de geschiedenis van massaal geweld - mass atrocity violence - en op de maatschappelijke en juridische omgang met massaal geweld - transitional justice -. Zijn regionale focus ligt voornamelijk op Afrika. Als onderzoeker, journalist en proceswaarnemer was hij aanwezig bij zo’n honderdvijftig internationale strafprocessen over atrocity crimes: genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en agressie. We spraken hem over de burgeroorlog in Soedan en over de ogenschijnlijk beperkte aandacht die het conflict in ons nieuws krijgt.
Waarom komt de burgeroorlog in Soedan zo weinig in het nieuws?
‘Daar zijn meerdere redenen voor. Ten eerste is Europa geen Afrika, het is wel onze achtertuin maar niet ons referentiekader. Het is ver weg, zowel geografisch en cultureel. Koert Lindijer en Elles van Gelder zijn volgens mij de laatste Nederlandse Afrika-correspondenten die over Soedan berichten voor NRC Handelsblad en het NOS Nieuws.’
U bent zelf als correspondent voor de Wereldomroep veel in Afrika geweest?
‘Toen ik in 2007 bij de Wereldomroep begon, als verslaggever over internationaal recht en mensenrechten, was daar toen nog een grote internationale Afrika-redactie met misschien wel 25 mensen. Het waren hoogtijdagen, er was een groot budget, er werd veel gereisd, we werkten samen met lokale Afrikaanse journalisten. Dat is allemaal voorbij. Het is onbetaalbaar geworden om mensen naar (post-)conflictgebieden te sturen, verzekeringen kosten duizenden euro’s per persoon. Ditzelfde geldt overigens ook voor academici zoals ikzelf. Gevolg is dat er nu bijna geen Nederlandse journalisten meer ter plekke stelselmatig vanuit Afrika berichten. Ook al zitten er Nederlandse militairen in de Hoorn van Afrika, over wiens werk het heel interessant zou zijn om verslag te doen.’
Gebrek aan nieuws heeft als gevolg dat de Soedanese burgeroorlog niet op ons netvlies staat en dat we het er niet over hebben? Terwijl over Gaza en Israël dagelijks wordt bericht.
‘Soedan is deel van de Arabische wereld, en anders dan in het geval van Israël en Gaza zijn er geen diepe historische en culturele banden. Israël is ontstaan als gevolg van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust in Europa - waaronder in Nederland. De meeste Europese Joden zijn naar Israël gegaan.’
‘Nieuws over de oorlog in Soedan is er wel degelijk – in Afrika zelf en in de wereldpers.’
Er is een culturele nabijheid, wij hebben identificatiemogelijkheden met de oorlog tussen Israël en Gaza?
‘Precies. Het gaat over kleur, taal, religie en over de Judeo-christelijke opvoeding als achtergrond van onze cultuur. Maar er is nog een andere reden dat we niet veel horen over de oorlog in Soedan, en dat is onze gebrekkige aandachtspanne. Het conflict in Soedan is al decennia aan de gang en duurt tot op de dag vandaag. In 2003 was er een genocide in de regio Darfur. Op grote schaal werden Fur, Masalit en Zaghawa vermoord. De stad Al Fahar is recent door de rebellen ingenomen. Er worden momenteel weer op grote schaal burgers vermoord. Wat we horen over Darfur is in onze beleving altijd hetzelfde. Ik denk dat het daarom voor veel mensen geen nieuws is, maar een voortzetting van het verleden. Een groot verschil is daarbij ook nog eens dat we vroeger een aantal mondige politici hadden zoals Jan Pronk en Bert Koenders, bevlogen Afrikanisten, die hoge posities vervulden bij de Verenigde Naties. Zij trokken belangstelling van de media en richtten de aandacht op Afrika. Pronk was in 2004 speciaal gezant van de VN in Soedan en daarom veel in het nieuws. Onlangs verscheen zijn boek over Soedan Scheuren rond de Hoorn van Afrika.’

Vluchtelingenkamp in Tsjaad voor Sudanese vluchtelingen, mei 2023. Foto: Henry Wilkins/Voice of America (via Wikimedia Commons)
Maar volgens u is de aandacht voor de humanitaire ramp in Soedan inmiddels verflauwt omdat de oorlog al decennialang duurt.
‘Dat denk ik ja. Mensen zijn altijd op zoek naar iets nieuws, iets spannends. Het ene conflict haalt het vorige al snel in. Nederland is bijvoorbeeld twintig jaar betrokken geweest met 30.000 militairen bij de internationale interventie in Afghanistan van 2001 tot 2021. Er was een evacuatie uit Kabul, er gebeurde van alles. Maar toen viel Rusland in februari 2022 nogmaals Oekraïne binnen en dacht niemand meer aan wat er in Afghanistan was gebeurd. De opgelaaide strijd tussen Israël en Gaza bracht middels eenzelfde dynamiek de aandacht voor de oorlog in Oekraïne weer in de verdrukking. Let wel: we spreken vanuit het Nederlandse perspectief. Ik ben voor mijn werk geregeld in Rwanda, en als je daar de kranten leest dan barst het van het nieuws uit Soedan, Kameroen en Nigeria. Wij zijn per saldo natuurlijk maar een klein landje. Nieuws over de oorlog in Soedan is er wel degelijk – in Afrika zelf en in de wereldpers.’
Maar niet bij ons.
‘Niet bij ons, nee. Sociale mediaberichten komen in Nederland ook niet echt binnen. Veel berichtgeving over Soedan is in het Arabisch, een wereldtaal, maar dat spreekt bijna niemand hier. De andere helft van Afrika is Franstalig. Ik heb op school nog Frans geleerd, maar mijn huidige studenten lezen geen woord Frans.’
Artikelen van Koert Lindijer over de gewelddadige inname van Al Fashar, verschenen in de verkiezingsweek in NRC, maar volgens de krant bleven de stukken in het aantal leesminuten ver onder het gemiddelde. Ziet u het gebrek aan belangstelling voor de humanitaire ramp in Soedan ook als teken van een afnemende solidariteit en internationale betrokkenheid?
‘Nou ik weet het niet. Het nieuws over de burgeroorlog in Rwanda waar in 1994 Hutu-milities de Tutsi-minderheid vermoordden, druppelde destijds ook maar mondjesmaat binnen. Op 6 april 1994 – de dag dat de genocide begon – pleegde Kurt Cobain zelfmoord, en dat nieuws verdrong de Rwandese genocide snel van de headlines. Diezelfde maand waren er verkiezingen in Zuid-Afrika en werd Nelson Mandela verkozen. Ga je dan een Nederlandse correspondent sturen naar een klein Afrikaans land dat al zo’n vijf keer een genocide heeft gehad? Dat gebeurde in de jaren ‘90 bijna niet.’
Is Afrika dan taboe voor de meeste media?
‘Niet zozeer een taboe, ik denk eerder dat het een blinde vlek is. Veel mensen hebben überhaupt een gebrek aan kennis over de wereldgeschiedenis, wat zich waar waarom afspeelt. En het vergt toch ook een zekere mate van inzet om jezelf te blijven informeren. Ik heb makkelijk praten omdat ik niet-Westerse geschiedenis heb gestudeerd. Aan de Universiteit van Amsterdam geef ik een van de weinige vakken over Afrika. Dat gaat over massaal geweld. Maar dan moet ik mijn studenten eerst nog even uitleggen waar Rwanda en Burundi liggen.’
Afrika was in 1945 toen de VN werd opgericht een gekoloniseerd gebied.
‘Exact, de Afrikanen hadden daarom destijds nog geen eigen stem in de VN om mee te praten. En nog altijd hebben ze geen permanente zetel in de Veiligheidsraad. De internationale rechtsorde wordt beheerst door de vijf grote mogendheden met een veto: de Verenigde Staten van Amerika, Groot-Brittannië, Frankrijk, China en Rusland. Zij maakten het internationaal recht in een koloniale wereldorde. We willen graag dat die internationale rechtsorde burgers beschermt, maar het bestaande internationale recht biedt nationale legers ook mogelijkheden om geweld te gebruiken. Daar is internationaal humanitair recht, zoals dat werd vastgelegd in 1949 in de Conventie van Geneve, in de eerste plaats ook voor bedoeld toen het werd opgesteld. Nederland schreef daar niet voor niets aan mee. Wij vochten tenslotte op dat moment een koloniale oorlog uit in Indonesië en Nieuw-Guinea. Toen wij overigens onderdeel wilden worden van de Verenigde Naties in 1945, gebruikte onze regering als argument dat Nederland een grootmacht was met een bevolking van ongeveer 80 miljoen mensen. Negen miljoen in Nederland zelf, plus miljoenen mensen in onze koloniën. Nederland is van de Duitse en Japanse bezetting na de Tweede Wereldoorlog meteen overgegaan op zelf bezetten.’
Nederland als naoorlogse agressor is niet opgeslagen in het collectieve bewustzijn. Het credo ‘Indië verloren rampspoed geboren’ is wel overgeleverd.
‘Dat is begrijpelijk vanuit het perspectief van hier. In Nederland was de oorlog voorbij na de bevrijding in ’45 door de geallieerden. In dit NIOD-gebouw waar wij nu praten, werden NSB’ers berecht door een van de tribunalen van de bijzondere rechtspraak. Dat was zichtbaar. De Hollandse soldaten die werden uitgezonden om te vechten in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea, die waren hier niet, dus dan heb je er ook niks mee te maken. Maar wij hebben onze koloniale oorlog in Nieuwe Guinea in 1962 gedwongen moeten staken vanwege een interventie van de Verenigde Naties. Dat zijn we vergeten? Als je het hebt over taboes, dan is dat er wellicht één.’
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Impact Magazine, editie 2025-4 Onbesproken. Impact Magazine is een uitgave van ARQ Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld en wordt mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Eventuele standpunten in Impact Magazine zijn niet per definitie standpunten van ARQ als organisatie.