Levensverhaal van Winny Reichman-Wattiez

Over afscheid nemen, opnieuw beginnen en thuiskomen

Levensverhaal van Winny Reichman-Wattiez
Winny Reichman-Wattiez. Fotografie: Elles Tuhusula

ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum en Stichting Pelita verzamelden de levensverhalen van vrouwen uit voormalig Nederlands-Indië die de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd van dichtbij meemaakten. Na de onafhankelijkheid bouwden velen van hen elders, vaak in Nederland, een nieuw leven op. Nu deze generatie verdwijnt, leggen we hun verhalen vast, zodat hun ervaringen en veerkracht bewaard blijven voor toekomstige generaties.

Hieronder het verhaal van Winny Reichman-Wattiez, uit de serie Levensverhalen op het kruispunt.

Winny Reichman-Wattiez werd in 1937 geboren in Batavia (het huidige Jakarta), als oudste van vier kinderen. Het gezin woonde in bij haar opa en oma, samen met haar oom. Een van haar jongere broertjes stierf al op heel jonge leeftijd: ze weet nog steeds niet waaraan of waar hij begraven ligt. Toch voelde ze altijd dat hij bij haar bleef – als een beschermengel die later ook over haar dochter zou waken.  

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, veranderde haar veilige jeugd plotseling. Ze herinnert zich loeiende luchtalarmen en te moeten schuilen voor Japanse bommen. Haar vader werd krijgsgevangen genomen, maar wist later te ontsnappen door zich in een goederenvrachtwagen te verstoppen. Het gezin trok in een bamboehuisje in de kampong, om zich schuil te houden. De ouders probeerden de kinderen af te schermen van de narigheid en zorgden dat er elke dag iets te eten was, al was het soms maar een hap rijst.  

De Japanse bezetting liet diepe indrukken achter. Op school moest Winny in het Japans tellen, gymnastiek doen en op straat buigen voor gewapende militairen. Nog gevaarlijker werd de tijd erna: tijdens de Bersiap werd haar vader weer gevangengenomen, ditmaal door Indonesische nationalisten. Alleen dankzij de invloed van haar opa, een gerespecteerd man binnen de Nederlandse regering die zich inzette voor meer gelijkheid voor Indische Nederlanders en sympathiseerde met de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging, kwam hij vrij. Haar vader sprak daarna nooit meer over zijn gevangenschap, maar Winny wist dat hij verschrikkelijke dingen had meegemaakt.  
 

Levensverhaal van Winny Reichman-Wattiez


Na de oorlog probeerde het gezin een nieuw bestaan op te bouwen, maar kort daarna werd haar vader ernstig ziek en overleed. Haar moeder moest alleen voor de kinderen zorgen en ging aan het werk als modiste. Ze wist met haar talent beroemd te worden om haar bruidsjaponnen. 

In 1954 vertrok het gezin met het schip de Sibajak naar Nederland. Het afscheid viel zwaar: ze moest een prille liefde en haar tropische thuisland achterlaten. Het gezin vond onderdak in een pension in Driebergen, maar de overgang naar het koude Nederland was groot. Later emigreerden haar moeder, stiefvader, broertje en zusje naar Amerika. Winny besloot te blijven. Ze begon met werken en bouwde hechte vriendschappen op.  

‘Toen de boot de haven uit voer en ik java in de verte zag wegzinken, huilde ik mijn hart uit. Daar lagen mijn vader, mijn grootouders, en het land waar ik geboren ben.’  

In 1962 vertrok ze alsnog naar Amerika en herenigde zich met haar familie, aangestoken door de enthousiaste verhalen van haar familie over het zonnige Californië en de bruisende feestjes. Het was niet makkelijk om werk te vinden, maar met haar doorzettingsvermogen bemachtigde ze een baan bij een bank in Los Angeles.  

Binnen de Indische gemeenschap vond ze snel aansluiting en bezocht ze regelmatig feestjes. Daar ontmoette ze Harry, gitarist in een indorockband. Tegelijkertijd miste Winny Nederland en haar vrienden. Ze besloot terug te keren, maar haar plannen veranderden plots toen Harry tijdens de Cubacrisis werd opgeroepen voor militaire dienst. Om een vrijstelling te krijgen, maar vooral omdat hij zijn hart aan haar had verloren, vroeg hij Winny ten huwelijk. Ze had altijd gezegd dat ze niet vóór haar dertigste zou trouwen en ze genoot van haar vrijheid. Toch besloot ze hem te steunen, met de gedachte: ‘We kunnen altijd nog scheiden’. Voor de gelegenheid maakte haar moeder een prachtige bruidsjurk. Wat begon als een vriendschap en praktische beslissing, groeide uit tot een levenslange liefde.  

‘Het leven in Amerika ís eigenlijk mijn leven. Het leven dat ik heb opgebouwd.’  

Winny en Harry bleven in Amerika en kregen een dochter. Tijdens haar zwangerschap maakte Winny zich veel zorgen, tot ze in een droom de stem van haar overleden broertje hoorde. Zijn geruststellende woorden gaven haar het gevoel dat hij als beschermengel over haar dochter waakte. Het leven als immigrant bracht veel uitdagingen. Zonder hulp van buitenaf werkten Winny en Harry hard, en bouwden ze een toekomst voor hun gezin op. Uiteindelijk kochten ze een huis in Huntington Beach, waar ze bijna 50 jaar woonden. Muziek en dans bleven hun steunpilaren: Harry trad op met zijn band, en Winny ontdekte op latere leeftijd haar passie voor linedancen.  

‘Wij waren immigranten. Wij moesten alles van de grond zelf opbouwen.’ 

Toch bleef Nederland aan Winny trekken. Toen ze samen de keuze hadden gemaakt deze droom te verwezenlijken, werd Harry ernstig ziek en overleed. Winny zette de verhuizing uiteindelijk alleen door en vestigde zich in Almelo, waar ze weer opnieuw een leven opbouwde. 

Nog altijd geniet ze van muziek en dans. Wekelijks staat ze op de dansvloer om te linedancen en vindt ze verbondenheid met de Indische gemeenschap via kumpulans en pasar malams. Haar geloof in de Heer is haar levenslange steun en houvast. Hij geeft haar kracht, troost en het vertrouwen dat haar leven verloopt zoals Hij het heeft bedoeld.  

‘Mijn leven is geleid door de heer. En daar ben ik hem echt dankbaar voor, elke dag.’ 

 

Dit verhaal is onderdeel van het project Levensverhalen op het kruispunt, een samenwerking tussen ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum en Stichting Pelita. De foto’s zijn gemaakt door Elles Tuhusula.