Werken in de gezinskliniek van ARQ

Interview met behandelaar Nienke Smit

ARQ-behandelaar Nienke Smit
ARQ-behandelaar Nienke Smit

Als klinisch psycholoog en systeemtherapeut werkt Nienke in de kliniek van ARQ Centrum’45 in Oegstgeest. Hier werkt ze met vluchtelingen en asielzoekers die individueel opgenomen worden en in de gezinskliniek met getraumatiseerde asielzoeker- en vluchtelingengezinnen. Daarnaast is Nienke expertiseteamleider Vluchteling en Asielzoekers (V&A). In de kliniek wordt gesproken van V&A, maar de patiëntgroep bestaat ook uit ongedocumenteerden en slachtoffers van mensenhandel. In dit interview vertelt Nienke over het werken in de gezinskliniek en wat deze bijzondere behandelsetting betekent voor patiënten en behandelaren. 

“Elk kind dat de vrijheid krijgt om weer te spelen en weer de zorg krijgt van een ouder die het zo nodig heeft, is ontroerend en mooi om te zien.” 

Kan je wat meer vertellen over de gezinskliniek. Sinds wanneer heeft ARQ Centrum’45 een gezinskliniek en zijn er andere gezinsklinieken in Nederland zoals die van ARQ?

Vroeger in kliniek De Vonk konden patiënten hun kinderen meenemen. Het was meer dat die er ook waren dan dat er behandeling voor was of dat het gezin systeembehandeling kreeg. Toen De Vonk rond 2008 dicht ging en de kliniek naar Oegstgeest verhuisde kwam er een eigen gebouwtje voor gezinnen. Vanuit hier is de gezinskliniek opgezet en kwam er behandeling voor de gezinnen, de ouders en de kinderen. Er was plek voor 8 gezinnen. Toen dat gebouw dichtging verhuisden we naar de locatie waar we nu zitten met, helaas, veel minder ruimte voor dit mooie werk. 
Er zijn wel andere gezinsklinieken in Nederland maar niet speciaal voor vluchtelingen en asielzoekers.  

Wat zijn criteria om in de gezinskliniek opgenomen te worden en wat is de focus voor behandeling?    

Voorwaarde is dat minstens 1 van de gezinsleden de classificatie PTSS heeft en dat het trauma een negatieve invloed heeft op het functioneren van het gezin. Er is dan bijvoorbeeld sprake van onvoldoende veiligheid, kinderen die voor de ouders gaan zorgen, verwaarlozing of andere problemen.  

Hoe groot is de gezinskliniek?

We hebben 12 bedden – afhankelijk van gezinsgrootte kunnen we gezinnen behandelen. Meestal hebben we 3 à 4 gezinnen tegelijk.  

Gezinnen verblijven maximaal 7 maanden en in de praktijk halen we die 7 maanden ook wel en hebben we die tijd hard nodig. Vooral voor de veiligheid van de kinderen.  

“Wij doen geen klassieke crisisopnames zoals in de GGZ, maar soms is het wel echt crisis in het gezin.”  

Wie verwijst naar de gezinskliniek?

Veelal krijgen we verwijzingen van jeugdzorginstellingen en gemeentes. Veilig thuis is dan vaak ook al betrokken. En daarnaast GGZ-instellingen waar leden uit het gezin behandeld worden. Tenslotte ook huisartsen van Gezondheidszorg Asielzoekers die gezinnen uit AZC’s verwijzen.  

Een gezin verwijzen is complex want elk gezinslid moet een eigen verwijzing krijgen.  

Soms is de nood zo hoog dat er niet gewacht kan worden tot bijvoorbeeld de moeder een ambulante traumabehandeling achter de rug heeft. Stel dat een kind geboren is uit een verkrachting dan is het vaak heel moeilijk voor de moeder om goed voor het kind te zorgen, dat kan echt tot een crisis leiden want het kind heeft zo snel mogelijk een ouder nodig die het kind kan geven wat hij/zij nodig heeft en waaraan het zich veilig kan hechten. Dan willen we zo'n gezin zo snel mogelijk opnemen om daaraan te werken. Dat heeft een positieve invloed op het hele verdere leven van het kind. 

Wij doen dus geen klassieke crisisopnames zoals in de reguliere GGZ, maar soms is het wel echt crisis in het gezin.  

Wat is het dagritme in de gezinskliniek?

Het is een heel intensief programma en het is ook een enorme puzzel elke keer weer om alle soorten behandelingen gepland te krijgen.  
Elke dag is er een groepstherapie, meestal alleen met de ouders en tolken, we werken veel met tolken. Door de ouders bij elkaar te zetten is er ook herkenning onderling. Elke woensdag is er multi-family therapy, een gezinsgroep voor ouders met hun kinderen.  

Gezinnen/ouders zien door deze groepstherapieën dat de problemen die zij hebben ook bij anderen spelen. Er ontstaat ook een band door de groepsmomenten, de groepstherapieën als ook door het samenleven in de kliniek, want normaal gesproken is er in hun thuissituatie - die vaak een asielzoekerscentrum is - weinig contact met andere gezinnen.  

Ouders krijgen daarnaast individuele traumabehandelingen. De kinderen hebben hun ouders nodig bij hun traumabehandeling, dus die krijgen meestal traumabehandeling als het met de ouders wat beter gaat. Daarnaast is er veel ouderbegeleiding, spelbegeleiding en vaktherapie om ouders te leren zich in te leven in hun kinderen. We maken ook veel gebruik van video opnames, waarin ouder-kind interactie zichtbaar is, die worden gedeeld en besproken in de groepsmomenten.  

Op vrijdag gaan alle gezinnen naar huis. We willen niet dat de gezinnen afhankelijk worden van de kliniek. In de kliniek is het namelijk vaak fijner dan in het AZC, dus ze moeten thuis, waar er meer stress is, oefenen met wat ze hier geleerd hebben.  

Hoe is een dag en een opname in de gezinskliniek anders dan in de rest van de kliniek? 

Heel anders, er wordt veel meer systemisch gekeken. We zijn continue aan het afwegen wat de belangen van de ouders zijn en wat die die van de kinderen, en hoe e.e.a. binnen het hele gezin verschuift als je één ding verandert.  

Kinderen zijn heel veerkrachtig, naast hun traumaklachten spelen ze ook vrijwel altijd, ook in de kliniek en dat geeft een fijne energie. In de basis wil elke ouder een goede ouder zijn en dat het goed gaat met zijn/haar kinderen, die drijfveer vrijwel altijd aanwezig in de behandelingen. Ook als een ouder een sessie traumatherapie heeft gehad moet diegene bij terugkomst weer voor zijn kind zorgen. Ze moeten actief blijven om dit te kunnen doen, met eventueel onze ondersteuning, terwijl patiënten op de andere afdelingen in de kliniek zich meer kunnen terugtrekken.  

Het is ook zeer intensief qua werk, want als de ouder behandeld wordt, neemt het team van de gezinskliniek de zorg van de kinderen op zich. Het is heftig voor collega’s om te zien dat ouders geen aandacht geven aan of niet goed voor een kind kunnen zorgen. Dat geeft soms een heel machteloos gevoel. Heel veel respect voor het team en met name de sociotherapeuten die dag en nacht aanwezig zijn en continu de soms hele pijnlijke dynamiek meemaken tussen ouders en kinderen.  

En na die opname? Hoe gaat het dan met de gezinnen?

De opname is vaak succesvol. We hebben een uitgebreid afscheidsritueel en de verhalen die de gezinnen dan vertellen over de opname zijn dan zeer ontroerend.  

We horen bijvoorbeeld: "Ik kan weer met mijn kind spelen, ik zag mijn kind niet en nu wel". Of een kind dat uit huis geplaatst zou worden, maar wat door de opname niet meer nodig was. En recent een vader die er weer kan zijn voor zijn kinderen en waar de kinderen weer vrij durven te spelen mét geluid.  

Elk kind dat de vrijheid krijgt om weer te spelen en weer de zorg krijgt van een ouder die het zo nodig heeft is ontroerend en mooi om te zien.  

“Ik ben enorm trots op wat we doen en bereiken. De zorg die wij bieden is echt noodzakelijk.” 

 Wil je nog afsluiten met iets wat niet aan bod is gekomen? 

Ik ben enorm trots op wat we doen en bereiken. Bij vluchtelingen en asielzoekers is rond de 30% getraumatiseerd. In de rest van de Nederlandse bevolking is dit zo’n 7%. Het risico op een ongezonde of onveilige gezinssituatie bij asielzoekers en vluchtelingen door de PTSS is dus veel groter. De zorg die wij bieden is echt noodzakelijk. Ik zeg ook altijd tegen collega’s binnen en buiten ARQ die niet met gezinnen werken, dat ze zich er altijd bewust van moeten zijn dat ook hun patiënten ouders zijn, en hun klachten dus ook hun gezinnen beïnvloedt. En ik denk dat we als ARQ echt trots mogen zijn op de gezinskliniek!