Ideologisch gemotiveerde terreur
Fascisme begrijpen
Wat is fascisme? Het antwoord daarop is niet zo eenvoudig. Wie deze vraag stelt, kan een veelvoud aan reacties verwachten. Veel mensen hebben bij het begrip fascisme geen eenduidige voorstelling. De voornaamste oorzaak daarvan is de begripsdevaluatie waaraan het woord na de Tweede Wereldoorlog onderhevig is geweest. De meest uiteenlopende personen, regimes en ideologieën kregen het steeds sleetser wordende etiket ‘fascistisch’ opgeplakt. Ideologische verblindheid, politiek effectbejag, maar nog vaker lagen oprechte morele verontwaardiging en onwetendheid daaraan ten grondslag.
Na Auschwitz en alle andere verbijsterende misdaden van de nazi’s en geestverwante bewegingen gold het fascisme voor velen voortaan als ‘het absolute kwaad’. De historicus Hermann von der Dunk formuleerde het scherp: ‘Eerst bleek de fascist een duivel. Nu blijkt de duivel een fascist.’ Het fascisme als synoniem voor het kwaad werd daarmee ook tijdloos en ongrijpbaar. Het sluimert volgens sommigen zelfs in iedereen. Zo was de beroemde Italiaanse filmmaker Federico Fellini ervan overtuigd dat in ieder persoon een latent fascisme schuilgaat.
In zijn boek Das Böse oder Das Drama der Freiheit besteedt filosoof Rüdiger Safranski uitvoerig aandacht aan de ‘demonische figuur’ van Hitler als exponent van het kwaad. ‘Dat Hitler en de zijnen aan de macht konden komen, blijft een permanente aanvechting van elk geloof in de mens’, aldus de beroemde wijsgeer. De nazileider belichaamde volgens Safranski ‘het voltooide nihilisme’. Tomeloze machtswellust en een apocalyptische drang tot vernietiging waren zijn werkelijke drijfveren: ‘Hitler wil de hele morele wereld vernietigen. Het hoogste doel is de macht en het geweld.’
Maar om het fascisme en in het bijzonder Hitler te bestempelen als ‘het kwaad’, verduidelijkt dat werkelijk iets? In het voorwoord van het tweede deel van zijn monumentale Hitler-biografie geeft Ian Kershaw op deze vraag een afdoende antwoord: ‘Het kwaad is [...] meer een theologisch-filosofisch dan historisch concept. Hitler gelijk te stellen met het kwaad mag dan zowel waar als moreel bevredigend zijn, het verklaart niets; een unanieme veroordeling kan begrip en uitleg zelfs in de weg staan.’ Hoe moet het fascisme dan wel worden beschouwd?
Nihilistische antibeweging
Decennialang verklaarden wetenschappers het fascisme primair vanuit politieke, economische en sociale oorzaken die zij beschouwden als causale betekenis voor de opkomst en het succes van deze nieuwe politieke stroming in Italië en in Duitsland. Hiertoe rekenden zij onder meer de late totstandkoming van een eenheidsstaat en het ontbreken van een werkelijke democratische traditie in beide landen, het hardvochtige Verdrag van Versailles dat ook ‘overwinnaar’ Italië benadeelde, de sociaaleconomische ontwrichting en wijdverbreide geestelijke ontreddering na de Eerste Wereldoorlog en de panische angst bij talloze burgers voor het bolsjewistische gevaar.
De diepe morele verontwaardiging over de Holocaust en andere onmenselijke misdaden van fascisten – hoe terecht ook – bemoeilijkten lange tijd onbevangen onderzoek naar de oorsprong en de ideologie van het fascisme. Binnen en buiten de wetenschappelijke wereld bestond een brede consensus: het fascisme beschikte niet over een consistente ideologie. Liberalisme, marxisme, socialisme en conservatisme golden als volwaardige ideologieën die konden bogen op vooraanstaande denkers. Het fascisme was volgens de communis opinio verstoken van een intellectuele stamboom en bestond uit weinig meer dan een samenraapsel van autoritaire en nationalistische leuzen.
Het fascisme, zo betoogde menig wetenschapper, was een barbaarse, reactionaire en nihilistische antibeweging zonder werkelijke ideologie of geestelijke grondslagen, die voornamelijk politiek ontspoorde ‘kleinburgers’ aantrok. De megalomane leiders hiervan werden slechts gedreven door hun onverzadigbare machtshonger en destructieve geweldsfantasieën.
In deze optiek gold het als overbodig en zelfs enigszins suspect om de denkbeelden van fascisten serieus te bestuderen. Een fundamentele vraag bleef daardoor onbeantwoord. Hoe wist een nihilistische antibeweging zonder werkelijke ideologie zoveel geestdriftige aanhangers achter zich te scharen? Miljoenen gewone mensen in de vorige eeuw geloofden heilig in het fascisme. Talloze aanhangers toonden zich bereid tot zowel het brengen van enorme persoonlijke offers als het begaan van de meest gruwelijke daden in zijn naam. Wat dreef hen?
'Miljoenen gewone mensen in de vorige eeuw geloofden heilig in het fascisme'
Nieuwe consensus
Naarmate de afstand in tijd tot de Tweede Wereldoorlog toenam, verdween gaandeweg het taboe om te bestuderen wat fascisten letterlijk bezielden. Onder invloed van baanbrekende deskundigen op het terrein van het internationale fascisme-onderzoek, met name Roger Griffin, ontstond in de jaren negentig een nieuwe consensus over de ideologie, de culturele dimensies en de aantrekkingskracht van het complexe historische verschijnsel fascisme. Ondanks de verschillende gehanteerde definities wordt het fascisme tegenwoordig door de meeste wetenschappers beschouwd als een nieuwe generieke, revolutionaire beweging. Het kende allerlei nationale varianten, zoals bijvoorbeeld het Italiaanse fascismo, het Duits-Oostenrijkse Nationalsozialismus en het ‘Nederlandsche Nationaal-Socialisme’ van de NSB.
Als nieuwe revolutionaire stroming bouwde het fascisme deels voort op denkbeelden en opvattingen die ouder waren. Het utopische geloof in de schepping van een nieuwe mens en samenleving, massaterreur als gerechtvaardigd middel daartoe en het transformeren van de politiek tot een seculiere religie vonden hun oorsprong in de Franse Revolutie. De jakobijnen waren de eersten die geloofden dat terreur als politiek instrument kon worden ingezet voor het verwezenlijken van revolutionaire doeleinden.
Fascisten namen daarnaast elementen over uit het gedachtegoed van verschillende antiliberale denkers en voegden die – dikwijls in geradicaliseerde en gevulgariseerde vorm – toe aan hun eigen ideologie. Dit gold bijvoorbeeld voor Friedrich Nietzsches lyrische beschouwingen over de Übermensch en de Wille zur Macht, de theorie van Gustave Le Bons dat de irrationele massa verlangt naar een autoritaire leider, en de visie van de syndicalistische theoreticus Georges Sorel dat bewust geschapen mythen mensen kunnen mobiliseren voor politieke doeleinden en er van revolutionair geweld een regeneratieve kracht uitgaat. De grondlegger van het fascisme, Benito Mussolini, betoonde zich herhaaldelijk schatplichtig aan deze denkers.
'Sociaal-darwinistische ideeën en rassentheorieën waren wijdverbreid in het fin de siècle'
Het nazisme had in Duitsland en Oostenrijk nooit zo’n massale aanhang kunnen verwerven als het völkische gedachtegoed zich vanaf de negentiende eeuw niet op welhaast epidemische wijze had verbreid. Ideologen als Paul Anton de Lagarde en Julius Langbehn schreven over de raciale superioriteit van het Deutschtum en droomden over Germaanse kolonisatie en etnische zuivering in Midden- en Oost-Europa en het verdrijven dan wel vernietigen van Joden. Beide auteurs waren buitengewoon populair en vonden gehoor bij de ontwikkelde bevolkingsgroepen in de samenleving.
Sociaal-darwinistische ideeën en rassentheorieën waren wijdverbreid in het fin de siècle en fungeerden voor Europese staten als een pseudo-wetenschappelijke legitimering van oorlog, racisme en imperialisme. In zijn invloedrijke magnum opus Die Grundlagen des neunzehnten Jahrhunderts uit 1899 verenigde de tot Duitser genaturaliseerde Brit Houston Stewart Chamberlain biologisch ‘gefundeerd’ racisme en sociaal-darwinisme. Zijn boodschap dat de nobele Ariërs in een raciale doodsstrijd waren verwikkeld met de kwaadaardige Joden maakte zijn bewonderaar Hitler tot kern van zijn Weltanschauung.
Ondanks de aanvankelijke verschillen op dit punt beleden vrijwel alle fascistische bewegingen vanaf de tweede helft van de jaren dertig een biologisch ‘gefundeerd’ racisme en antisemitisme. Het eigen volk werd beschouwd als een organisme waarvan ‘het bloed’ – als drager van erfelijke rasseneigenschappen – zuiver moest worden gehouden.
Ook denkbeelden over het bewaken van de erfelijke kwaliteit van het nageslacht leefden destijds breed. Fascisten waren beslist niet de enige aanhangers van de ‘leer van de selectieve voortplanting’, oftewel eugenetica. In de twintigste eeuw toonden talrijke prominente personen, van rechts tot links, zich bevlogen voorstanders van eugenetische maatregelen. ‘Onvolwaardigen’ moesten worden gesteriliseerd of zelfs geëlimineerd om zo de vermeende kwaliteit van het eigen volk te verbeteren.
Ten slotte deden vanaf eind negentiende eeuw denkbeelden over een synthese tussen nationalisme en socialisme opgang in Frankrijk, Italië en Duitstalige gebieden. Hierdoor beïnvloed, presenteerden fascisten zichzelf als vertegenwoordigers van een ‘derde weg’ tegenover het liberale kapitalisme en het marxistische socialisme.
Als nieuwe revolutionaire beweging kende het fascisme verschillende utopische idealen, zoals een klassenoverstijgende, etnisch homogene en collectivistische samenleving. Fascisten wilden niet, zoals marxisten, de productiemiddelen ‘socialiseren’, maar hun volksgenoten. Het fascisme streefde naar de vestiging van een totalitaire samenleving waarin staat en partij het hele maatschappelijke leven beheersten. Ook de schepping van een nieuwe cultuur en elite en zelfs een superieur menssoort prijkten op zijn politiek-ideologische programma.
'Fascisme verwordt tot een containerbegrip voor vrijwel alles wat politiek en maatschappelijk als abject geldt'
Trivialisering
Door de opkomst van uiterst rechtse politici wereldwijd is de discussie over wat fascisme inhoudt weer opgelaaid. Natuurlijk is dit toe te juichen. Democratie en wetenschap gedijen bij debat. Helaas gaat deze discussie geregeld gepaard met de devaluatie van het woord ‘fascisme’. Het verwordt tot een containerbegrip voor vrijwel alles wat politiek en maatschappelijk als abject geldt. Een veelzeggend voorbeeld is de bestseller Dit is fascisme van politicoloog en journalist Rosan Smits. Zij definieert fascisme als ‘een politieke strategie om alleenheerschappij te verwerven door met steun van de massa de democratische rechtsstaat van binnenuit te ondermijnen’. Volgens Smits is fascisme noch een bestuursvorm, noch een ‘eenduidige ideologie’. Zonder enige twijfel verkondigt zij: ‘Ideologie is voor fascisten puur instrumenteel, iets waar je selectief uit shopt om de massa te mobiliseren’.
Door de mobiliserende kracht van zijn idealen te negeren, wordt het fascisme opnieuw gereduceerd tot een vrijwel inhoudsloze machtspolitiek zonder werkelijke ideologie. Waarom deze revolutionaire beweging miljoenen fanatieke aanhangers telde en zo’n desastreuze rol speelde in de geschiedenis wordt zo in nevelen gehuld. Helaas valt daarmee ook buiten beeld hoe diep het fascisme geestelijk geworteld was in de Europese cultuur en geschiedenis.
Door een onzorgvuldig gebruik van het begrip fascisme verliezen we niet alleen het zicht op het verleden, maar ook op het heden. Scherpzinnig wees historicus Quinn Slobodian erop dat verscheidene denkbeelden die een deel van uiterst rechts tegenwoordig aanhangt, voortkomen uit een radicalisering van het neoliberalisme. Een cruciaal gevolg van deze ontwikkeling is dat er vanuit deze richting principieel wordt gestreefd naar een drastische inkrimping van het overheidsapparaat, al dan niet gesymboliseerd door het zwaaien met een kettingzaag.
Er zijn meer fundamentele verschillen met het fascisme van weleer. Zo is de illiberale democratie, die uiterst rechtse populisten willen vestigen, in haar kern vaak een etnocratie. Dit is een ingeperkt democratisch bewind waarin ‘de algemene wil’ van de dominante etnische bevolkingsgroep prevaleert boven de rechten van minderheden. De verschillen met de raszuivere Volksgemeinschaft – gegrondvest op het Führerprinzip – zijn moeilijk te loochenen.
Geconcludeerd moet worden dat het fascisme als epoche bepalend historisch verschijnsel niet werkelijk begrepen kan worden zonder zijn ideologie te bestuderen. Hierin school niet alleen voor een belangrijk deel zijn noodlottige aantrekkingskracht. Ook zijn terreur lag daarin al besloten. Wie het belang van de ideologie van het fascisme ontkent, loopt daardoor het risico – zij het onbedoeld – de oorzaken van het immense leed van haar vele slachtoffers te veronachtzamen. De vervolging van en de moord op talloze miljoenen mensen – geestelijk en zwaar lichamelijk gehandicapten, geesteszieken, Joden, Roma, Sinti, en zogenaamde Slavische ‘Untermenschen’ – waren immers per definitie ideologisch gemotiveerd.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Impact Magazine, editie 2026-1 Wankelende wereldorde. Impact Magazine is een uitgave van ARQ Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld en wordt mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Eventuele standpunten in Impact Magazine zijn niet per definitie standpunten van ARQ als organisatie.