‘Ik moet die knop naar de actiemodus niet meer willen omdraaien. Ik heb dat bij ARQ echt geleerd.’

Debby Boersen vertelt over wat zij leerde in therapie bij ARQ IVP

Situatie op straat met politiemedewerkers en een rood-wit lint met 'Niet betreden'

Debby Boersen werkte 27 jaar lang bij de politie. Eerder liep ze PTSS op na de cafébrand in Volendam. Later merkt ze dat het weer niet goed gaat en krijgt ze opnieuw de diagnose PTSS. Na een paar jaar blijkt dat ze niet meer terug in het uniform kan. Bij ARQ IVP kwam Debby vorig jaar in therapie om met dat feit om te leren gaan. Ze vertelt hoe dat voor haar was en wat haar geholpen heeft. 

Waaraan merkte je dat het niet goed ging? 

Vijf jaar geleden zat ik niet lekker in mijn vel. Terwijl tegelijkertijd ook alles prima ging: privé was er niks aan de hand en ik ging met een glimlach naar mijn werk. Maar ik merkte dat er iets was. Ik kon er geen vinger op leggen. 

Toen was er een voetbalwedstrijd op tv. Opeens kreeg een van de spelers een hartstilstand. Op dat moment kreeg ik echt tunnelvisie. Ik zat in mijn eigen trapkast te zoeken naar een AED. En ik was aan het schelden waar de hulpverleners waren. Ik had zoveel stress. Toen ik dat aan mijn chef vertelde, pakte hij dat gelijk serieus op. Ik wilde naar mijn nachtdienst komen, maar hij maakte duidelijk dat dat niet ging.

Omdat ik al een keer eerder PTSS had gehad, dacht ik ‘het zal toch niet weer zo zijn?’. Ik was altijd een binnenvetter geweest, maar ik had toen in therapie geleerd om echt meer over dingen te praten. Dat heb ik ook echt gedaan. Maar toch heb ik zelf niet echt doorgehad dat het niet goed met me ging. 

Ook toen ging ik weer in therapie, om weer aan het werk te kunnen gaan. Maar ik merkte na een paar jaar dat het toch niet lukte. Toen kwam ik bij ARQ, weer in therapie, om te werken aan acceptatie. Ik kan niet meer terug in het politie-uniform en dat mis ik nog steeds heel erg. 

 

Hoe was de eerste stap naar therapie? 

Ik vond het heel fijn om weer bij ARQ terecht te komen. Dat is voor ons een vertrouwd gezicht, van MCU’s en van allerlei trainingen. Ze kennen het werkveld en dat is heel prettig. Ik merkte meteen dat mijn therapeut, Anne, het snapte. Toen ik hoorde dat ik weer naar ARQ kon voor therapie, gaf me dat al zoveel rust. 

 

Wat heeft je het meest geholpen?

Bij de politie doe je juist een stap naar voren als je eigenlijk denkt ‘wegwezen’. Je bent getraind om de knop om te draaien en in actie te komen. Dat moest ik nu afleren. En dat is erg wennen. In therapie met Anne heb ik daar heel veel over gepraat. Om te accepteren dat ik rust moet nemen. Dat ik niet meer 100% Debby ben. En dat we ook niet weten of dat ooit nog terugkomt. 

De tips van Anne hebben me veel geholpen. Ik ben erg van het wandelen, maar ik merkte dat ik eigenlijk de hele tijd mijn oortjes in had. Dan zei Anne: je sluit je gewoon af voor de wereld. Ga die oortjes nu eens uit laten. Hoe is dat dan?

Of als het druk is in de supermarkt, om dan weg te gaan en dan later weer terug te komen. Eerst dacht ik: ja, doe even normaal. Maar van Anne leerde ik dat dit het nu eenmaal is. En je kunt gewoon weggaan, daar is niks ergs aan. 

Ik moet die knop naar de actiemodus niet meer willen omdraaien. Ik heb dat van haar echt geleerd. 

 

Welke verandering merk je?

Veel van de dingen die Anne me heeft geleerd doe ik nu zelfs automatisch. Gewoon even op de bank zitten en ademhalen als ik een drukke dag heb gehad. Mijn oortjes dus thuislaten als ik de deur uitga. Ik heb veel meer rust gekregen en ik slaap ook veel beter. 

Maar ik merk dat ik er wel aan moet werken. Net als je met een gebroken been van de fysiotherapeut oefeningen meekrijgt. Eerst doe je ze braaf en dan na een tijdje denk je ‘het zal wel’. 

 

Wat zou je anderen mee willen geven, werkgevers, maar ook mensen die ingrijpende gebeurtenissen meemaken in hun werk? 

Ik denk dat de MCU-gesprekken heel belangrijk zijn. Ik heb wel van collega’s gehoord die tijdens zo’n gesprek merkten: oh, ik wist niet dat ik daar zo mee zat. 

En elke collega is anders. Ik vond het prettig om met rust gelaten te worden. Wel werd ik af en toe gebeld over hoe het met me ging. En later kreeg ik af en toe een schop onder mijn kont om weer naar het bureau te komen. Dat had ik ook nodig. 
Maar kijk daarbij naar het individu. Wat de een wel nodig heeft, heeft de ander absoluut niet nodig. En als je vraagt naar hoe het gaat met iemand, neem daar dan ook de tijd voor. 

Wat ik medewerkers wil meegeven: luister goed naar jezelf. Wees niet bang om hulp te vragen. Zoek iemand, een chef of gewoon een maatje, om ook over de emoties te praten. Ik vond het werk best wel heftig, maar onbewust heb ik toch niet over die impact gepraat.